Via een alternatieve route (lees: door niemand anders gebruikt) reden we rond de Brandberg naar de kust van de Atlantische Oceaan. Vanop kilometers afstand zagen we de wolken en mist, veroorzaakt door de koude Benguela-golfstroom, al hangen. Bij elke kilometer daalde de temperatuur een aantal graden :-) Na vier maanden was het een blij, maar fris weerzien met de zee. Het is een zeer onherbergzaam gebied, er hangt een bijna constante koude, dichte mist en de eerste ontdekkingsreizigers gaven het de toepasselijke naam "Skeleton Coast". Talrijke schepen strandden hier op één van de vele verraderlijke zandbanken en als ze er toch in slaagden de kust veilig te bereiken, wachtte hen een verlaten, dorre, rotstige kuststreek van honderden kilometers breed (vooraleer je de eerste "beschaving" vindt en dat geldt nu nog steeds :-)).
Onderweg naar Henties Bay stopten we aan Cape Cross, waar zich het Seal Reserve bevindt. We werden verwelkomd door hun specifiek geblaat (lijkt op een schaap) en vooral... de geur. Tienduizenden zeehonden liggen er op de rotsige kust, voornamelijk vrouwtjes met hun jong, en zoeken nu en dan verfrissing in het ijskoude water. Op hun weg van en naar het water lijkt het alsof ze het meest onhandige dierenlichaam hebben om zich voort te bewegen. Met hun logge lijf ploffen ze over hun medezeehonden richting water, maar eens in het water, op zoek naar hun dagelijkse portie vis, zijn het de meest sierlijke en elegante waterbewoners. Het was een geweldig zicht!
Via het winterdode Henties Bay (een beetje zoals de Noordzeekust tijdens de wintermaanden) reden we verder naar Swakopmund. We waanden ons terug in Europa. Aan de klinische properheid, de georganiseerdheid, de talrijke koffiehuizen met käsekuchen en ander Duits lekkers, de overwegend blanke, Duitssprekende bevolking, de supermarkten met een aparte hoek met Duitse producten (frankfurter worsten en sauerkraut incluis) en de typische Duitsaandoende huisjes, zie je nog dat Nambië een Duits koloniaal verleden heeft. We kampeerden er op de parking van een backpackers hotel waar we in de watten werden gelegd door de Zuid-Afrikaanse eigenares. We praatten bij met de vele andere reizigers en genoten van de "luxe" van een echte volledig uitgeruste keuken.
Op aanraden van de eigenares boekten we een boottrip in Walvisbaai. Het waren vooral haar woorden: "drank, visbuffet en oesters à volonté" die het hem deden :-) Met een frisse (lees: ijzige) zeewind in ons gezicht, maar in volle zon en onder een open hemel, vaarden we op een catamaran de haven uit. We waren nog maar goed op de boot of er klom al één van de zeehonden op de boot. We mochten hem zelfs aaien en konden van dichtbij genieten van dit immense dier. De pelikanen en andere zeevogels die de boot omcirkelden werden verwend met een extra portie vis en dan was het al tijd (10u!) voor onze eerste cherry :-), om op te warmen uiteraard :-) We voeren naar de oesterbanken, zagen ontelbare zeehonden en tenslotte ook dolfijnen. De voormiddag werd op gepaste wijze afgesloten met een visbuffet en Namibische oesters van topkwaliteit, rijkelijk overgoten (door ons dan) met Zuid-Afrikaanse sparkling wine (zoals champagne, maar aangezien het niet uit de Franse Champagnestreek komt, mag het niet zo genoemd worden). Onze namiddag vulden we met bekomen van het vele eten in de voor deze tijd van het jaar schaarse zon en ontnuchteren :-)
Over 20 jaar zul je meer inzitten over de dingen die je niet gedaan hebt, dan over de dingen die je wel gedaan hebt.
Laat je weerstanden dus varen.
Zeil weg uit die veilige haven.
Vang de wind in je zeilen.
Verken. Droom. Ontdek.
Laat je weerstanden dus varen.
Zeil weg uit die veilige haven.
Vang de wind in je zeilen.
Verken. Droom. Ontdek.
zaterdag 18 juni 2011
maandag 13 juni 2011
Kilometers vreten...
| Palmwag concessie |
| Euphorbia Damara, uiterst giftige plant |
| Tweepalmen in Palmwag |
| Rotsgravering in Twijfelfontein |
| Versteend boompje van miljoenen jaren oud |
Over de zoveelste gravelroad die Namibië rijk is (stof, stof, stof!!!) reden we naar Brandberg, een soort van eilandberg te midden van de vlakten. We bezochten de "White Lady" van Brandberg (die eigenlijk geen vrouw is, maar vermoedelijk een medicijnman in trance), één van de meest gedetailleerde rotschilderingen die we tot nu toe zagen. Onze gids, lid van de Damara-stam, wijdde ons in in hun traditionele huwelijksrituelen en leerde ons de vier "kliks" waaruit hun taal bestaat. Sommige woorden hebben pas betekenis als ze voorafgegaan worden door een speciaal soort klik met de tong. Er zijn vier verschillende soorten en als wij het probeerden klonken ze alle vier hetzelfde (bij hem niet, wij bakten er gewoon niks van :-)) We genoten volop van het contact met een "echte" Namibiër en vroegen hem uit over zijn hobby's, dromen en leven. Hij vroeg ons naar onze huwelijkstradities (moeilijk uit te leggen), de prestaties van het Belgische elftal (euhm, potstampers? :-)), zocht naar verschillen tussen het Vlaams en het Afrikaans (toen hij ons onder elkaar hoorde praten), concludeerde dat "barbecue" een veel leuker woord is dan "braai", en kon maar niet geloven dat wij met meer dan 11 miljoen in een land wonen zo groot als de Palmwag-concessie :-) We sloten de dag af met een onvergetelijke zonsondergang boven de Brandberg.
| Twijfelfontein: beestjes uit een rots gehouwen |
dinsdag 7 juni 2011
30 in Namibië
| Ik en mijn pannenkoekentaart |
Na onze excursie in Etosha was er wat opruimwerk aan de auto en wat waswerk voor de vele stoffige kleren :-) Jeroen maakte een pannenkoekentaart met nutella voor mijn verjaardag en van een Zuid-Afrikaanse mevrouw op de camping kregen we zelfgemaakte vijgenjam en koekjes. Het stond niet gelijk met het feest dat het thuis zou geweest zijn, met de familie en vrienden, maar het maakte het toch speciaal! Dit vergeet ik alleszins nooit :-)
In twee dagen reden we naar de Epupa Falls, helemaal in het noorden van Namibië, aan de grens met Angola. We zagen het landschap veranderen, van vlak, naar rotstig en heuvelachtig. We zagen één van de mooiste plekken die we op deze reis tegenkwamen. Bij een tankstop in Opuwo zagen we de eerste Himba, met hun rood geverfde huid en lange slierten haar. Dit gebied, het Kaokoveld, ten noorden van Sesfontein, wordt bewoond door deze stam, die nog helemaal leeft volgens hun traditionele gewoonten en cultuur. Het zijn voornamelijk geiten- en koeienhoeders en de grootte van hun kudde is een indicatie van hun welstand. Tot het begin van de jaren '80 hadden ze nog weinig of geen contact gehad met "de Westerse wereld", maar nu moeten ze zich in sneltempo aanpassen. Op weg naar de Falls deelden we onze lunch (zelfgebakken bokes met kaas, een peer en een pompelmoes) met een Himba-jongen en trachtten via gebarentaal iets van hem te achterhalen. We kwamen erachter dat hij graag peer lustte en zijn pols had verstuikt na een val :-)
De eerste aanblik van de Falls is adembenemend. Midden in het dorre, droge landschap zie je plots palmbomen staan, langsheen de Cunene rivier, met in het midden een paar eilanden met grote baobabs. Waar het water zich 35m naar beneden stort, zagen we een prachtige regenboog en een zacht neerdwarrelende spray van water, veroorzaakt door de kracht van het vallende water. Vanop een nabij gelegen heuveltop konden we genieten van een (voor het eerst sinds weken) warme zonsondergang :-) We bleven hier nog een extra dag, vooraleer we terugreden naar Opuwo.
| Himba-vrouw in vol ornaat :-) |
vrijdag 3 juni 2011
Booze-night in Etosha
We reden de grens over naar Namibië, stonden wat te kletsen met Duitse fietsers in het eerstvolgende dorp over de grens toen plots onze andere Duitse vrienden, Thorsten en Leonie kwamen aangereden. Zij waren na hun verblijf van één maand in Zimbabwe, via de Caprivi-strip onderweg naar Botswana. We profiteerden van hoogstwaarschijnlijk de laatste gelegenheid om samen te kamperen. We hopen hen nog eens te ontmoeten in Zuid-Afrika ergens begin juli, anders zal het later in Duitsland of België zijn :-)
Vanuit Divundu reden we in twee dagen naar het Etosha National Park, één van de hoogtepunten van Namibië. We maakten eerst nog een tussenstop in Rundu waar we onze eerste negatieve "veiligheids"ervaring van de hele reis meemaakten. We lieten onze auto achter op de parking van een supermarkt en terwijl we boodschappen aan het doen waren, kwam een andere Australische/Zuid-Afrikaanse toeriste aangesneld om ons te waarschuwen dat ze in onze auto hadden ingebroken.... Blijkbaar mag je je auto nooit alleen achterlaten, zelfs niet op parkings, zonder één van de semi-officiële parking guards aan te duiden, of zelf bij de auto te blijven... Er was gelukkig niets gestolen, maar het bezorgde ons wel een vreemd teleurgesteld gevoel. Na bijna 9 maanden door Afrika reizen, zouden we nu plots, in één van de meest toeristische landen van Afrika, moeten gaan "oppassen" en "voorzichtig zijn"... We kochten een nieuw slot, lieten het installeren en ik ging boodschappen doen, alleen :-)
We verwachtten veel van Etosha en aangezien het één van de laatste nationale parken met wild zou zijn dat we bezochten, vóór Kristin en Jonas arriveren op 9 juli, besloten we om er drie dagen te blijven en in het park te overnachten. We hadden enkele gezellige booze-avonden met onze nieuwe Zuid-Afrikaanse/Australische vrienden, Bruce en Lauren (het traditionele verhaal: hij dokter/anesthesist, zij verpleegster IZ :-)), wel aan een warm kampvuur met een deken en alle kleren aan die we meehebben op deze reis, want de temperatuur daalde hier 's nachts tot 5 graden (in de tent)!
Etosha staat vooral bekend om zijn vele waterholes, die omwille van de droogte in de rest van het park, een groot aantal dieren aantrekken, en zijn enorme "pan", waar niets groeit en je de hitte ziet zinderen aan de horizon. We zagen enkele van de meest schuwe en wilde dieren op aarde: neushoorns; een luipaard; een leeuwin met grote dorst; giraffen (met een andere kleurenpatroon dan we tot nu toe gezien hebben :-)); 1 olifant; vele jakhalzen; gieren; gemsbokken; springbokken; de alleen hier voorkomende black-faced impala's; enorme kuddes zebra's met nog grotere dorst; wrattenzwijnen, ... We hadden een zalige tijd! De vierde dag verlieten we na de middag met spijt in het hart Etosha, op weg naar nieuwe avonturen :-)
Vanuit Divundu reden we in twee dagen naar het Etosha National Park, één van de hoogtepunten van Namibië. We maakten eerst nog een tussenstop in Rundu waar we onze eerste negatieve "veiligheids"ervaring van de hele reis meemaakten. We lieten onze auto achter op de parking van een supermarkt en terwijl we boodschappen aan het doen waren, kwam een andere Australische/Zuid-Afrikaanse toeriste aangesneld om ons te waarschuwen dat ze in onze auto hadden ingebroken.... Blijkbaar mag je je auto nooit alleen achterlaten, zelfs niet op parkings, zonder één van de semi-officiële parking guards aan te duiden, of zelf bij de auto te blijven... Er was gelukkig niets gestolen, maar het bezorgde ons wel een vreemd teleurgesteld gevoel. Na bijna 9 maanden door Afrika reizen, zouden we nu plots, in één van de meest toeristische landen van Afrika, moeten gaan "oppassen" en "voorzichtig zijn"... We kochten een nieuw slot, lieten het installeren en ik ging boodschappen doen, alleen :-)
| Etosha Pan |
We verwachtten veel van Etosha en aangezien het één van de laatste nationale parken met wild zou zijn dat we bezochten, vóór Kristin en Jonas arriveren op 9 juli, besloten we om er drie dagen te blijven en in het park te overnachten. We hadden enkele gezellige booze-avonden met onze nieuwe Zuid-Afrikaanse/Australische vrienden, Bruce en Lauren (het traditionele verhaal: hij dokter/anesthesist, zij verpleegster IZ :-)), wel aan een warm kampvuur met een deken en alle kleren aan die we meehebben op deze reis, want de temperatuur daalde hier 's nachts tot 5 graden (in de tent)!
Etosha staat vooral bekend om zijn vele waterholes, die omwille van de droogte in de rest van het park, een groot aantal dieren aantrekken, en zijn enorme "pan", waar niets groeit en je de hitte ziet zinderen aan de horizon. We zagen enkele van de meest schuwe en wilde dieren op aarde: neushoorns; een luipaard; een leeuwin met grote dorst; giraffen (met een andere kleurenpatroon dan we tot nu toe gezien hebben :-)); 1 olifant; vele jakhalzen; gieren; gemsbokken; springbokken; de alleen hier voorkomende black-faced impala's; enorme kuddes zebra's met nog grotere dorst; wrattenzwijnen, ... We hadden een zalige tijd! De vierde dag verlieten we na de middag met spijt in het hart Etosha, op weg naar nieuwe avonturen :-)
vrijdag 27 mei 2011
Botswana, het leven zoals het is
| Jeroen en verse vis :-) |
- Botswana is één van de meest democratische landen van Afrika en ook economisch gezien één van de succesverhalen, dankzij de aanwezigheid van natuurlijke rijkdommen (vooral diamanten). Voor de meeste mensen is het leven hier relatief gezien beter dan in andere Afrikaanse landen. Dat merk je op straat aan de enorme achterwerken van de black mama's :-) en de overvolle supermarkten waar alles te vinden is. Botwana kampt echter wel met een groot aantal hiv en aids-besmettingen en de daarmee gepaard gaande vele aidswezen. 45% van de bevolking is besmet. Wie zich tijdig laat testen en gedurende één jaar lid blijft van een soort ziekteverzekering, krijgt alle aidsmedicatie betaald door de overheid. Aidswezen kunnen wekelijks voedselpakketten afhalen en kunnen in bepaalde gevallen een huis toegewezen krijgen door de overheid. Dat geldt ook voor werklozen en ouderen. Toen we in het postkantoor onze kaartjes gingen posten, was het net tijd voor de uitbetaling van het pensioen :-) Zo veel "oude" Afrikanen hadden we nog nooit samengezien (oud is hier alweer relatief, de levensverwachting is hier 50 jaar).
- En toch zijn sommigen niet tevreden. Toen wij er waren, waren de Botswaanse ambtenaren (die zijn overal hetzelfde :-)) al meer dan vier weken aan het staken. We spraken met enkele (mannelijke) verpleegkundigen die mee staakten. Blijkbaar hebben ze al meer dan zes jaar geen loonsopslag (lees: aanpassing aan de duurder wordende voedselprijzen) gekregen, alhoewel de wet dit wel jaarlijks voorziet. De president zegt dat er door de economische crisis onvoldoende geld is voor een opslag, maar volgens de ambtenaren zelf spendeert hij het geld aan nieuwe huizen voor zijn ministers... Alles gebeurt hier wel vreedzaam. Het enige wat wij ervan merkten, was dat in elk klein dorp, mensen onder een boom zaten in grote groepen, stakend en de overheidspropaganda op de radio die de stakingen streng veroordeelde. Scholen waren al meer dan een maand dicht, de broodnodige geneesmiddelen en andere importproducten bleven aan de grenzen staan...
| Onze eigen bush-douche |
- Wij vinden het een beetje jammer, maar Botswana voelt ook steeds minder "echt Afrika". We zijn ontzettend veel (blanke) Zuid-Afrikanen tegengekomen die op zoek zijn naar een laatste beetje wildernis en ook talrijke huurwagens met voornamelijk Nederlandse toeristen die voor een aantal weken door Namibië en Botwana reizen. Er is een veel grotere afstand tussen de lokale mensen en de toeristen. Wij houden ervan met de mensen te praten en te weten te komen hoe ze leven of wat hen bezig houdt, maar de gemiddelde (blanke) Zuid-Afrikaan is bang van "de zwarten" of gewoonweg "niet geïnteresseerd". Ze dragen natuurlijk hun geschiedenis mee...
- Botswana is een echte toeristenbestemming, maar doet er wel alles aan om zijn natuur en eigenheid te behouden. De regering wil vooral "upmarket" toeristen aantrekken (wat zich weerspiegelt in dure prijzen) om zo de impact van de grote massa's te verkleinen. En dat lukt hen aardig. Er zijn talrijke concessies in de Okavango Delta, voorbehouden voor bepaalde safari-organisaties, met een eigen airstrip. Kleinschalige, budgetvriendelijke plaatsen zijn moeilijker te vinden :-) De natuur en de wildernis maakten voor ons veel goed.
woensdag 25 mei 2011
Cultuur in Afrika
Via de westelijke zijde van de Okavango Delta reden we naar de Caprivi-strip en dus de grens met Namibië. Onze laatste uitstap in Botswana was er één van culturele aard. Na al die dieren mag dat ook wel eens. We brachten een bezoek aan de Tsodilo Hills. In de immense vlakte van het Botswaanse bush-land duiken plots drie heuvels op: Male Hill, Female Hill en Child Hill. Volgens archeologen werden deze heuvels al 30.000 jaar geleden bewoond, hetgeen ze tot één van wereldst oudste historische plaatsen maken. Vooral voor het San-volk (meer bekend onder de naam Bushman) is dit een mystieke plaats, bewoond door de geesten van de doden die respect afdwingen van haar bezoekers. Er zijn talrijke legenden bekend van de eerste Europeanen die deze plaats respectloos bezochten en overvallen werden door allerlei plagen (zwermen bijen, camera's die niet meer werkten, enz.), die pas stopten toen ze vergiffenis vroegen aan de goden. Ook nu nog verzekerden de mensen ter plekke ons dat dit de meest veilige plaats was van Botswana: niemand durft hier de toorn van de goden op te wekken door iets "slechts" te doen (ook jagen en dieren doden in de nabijheid van de heuvels is niet toegestaan).
Ook vandaag nog komen de Batswana (de inwoners van Botswana) naar deze plaats om er gedurende enkele dagen te bidden en heeft ze nog steeds een bijzondere spirituele betekenis. Er is een klein museum, een aantal basic kampplaatsen en voor een peuleschil leidt een lokale gids je rond en vertelt je over hun gewoonten en gebruiken. De rotsen zijn bezaaid met allerlei rotschilderingen (meer dan 2.000) van voornamelijk wilde dieren, maar er zijn ook geometrische figuren en gestilleerde afbeeldingen van mensen. Sommigen zijn zeer duidelijk en gedetailleerd en staan op de meest onmogelijke plekken. We genoten van de wandeling, het gezelschap van onze gids en de eindeloze uitzichten over de Kalahari.
Ook vandaag nog komen de Batswana (de inwoners van Botswana) naar deze plaats om er gedurende enkele dagen te bidden en heeft ze nog steeds een bijzondere spirituele betekenis. Er is een klein museum, een aantal basic kampplaatsen en voor een peuleschil leidt een lokale gids je rond en vertelt je over hun gewoonten en gebruiken. De rotsen zijn bezaaid met allerlei rotschilderingen (meer dan 2.000) van voornamelijk wilde dieren, maar er zijn ook geometrische figuren en gestilleerde afbeeldingen van mensen. Sommigen zijn zeer duidelijk en gedetailleerd en staan op de meest onmogelijke plekken. We genoten van de wandeling, het gezelschap van onze gids en de eindeloze uitzichten over de Kalahari.
zondag 22 mei 2011
Slapen met gebrul van Simba in de lucht
EINDELIJK, na heel lang nog eens een internetverbinding! We zijn ondertussen al een heel eind verder (in Swakopmund, Namibie, meer bepaald vandaag, 15 juni). We proberen onze achterstand de komende dagen bij te werken :-) Alvast veel leesplezier!
Op de kampplaats in Maun ontmoetten we een Duits-Frans koppel die met hun zoon drie jaar lang door Afrika trekken. Zij overhaalden ons om toch naar het Central Kalahari Game Reserve te gaan. Wij hadden het initieel van ons programma geschrapt omdat de reisgids erover sprak als "een plaats voor ervaren Afrikareizigers" (check, dat zijn we :-)), en als een trip die ook best niet met één voertuig ondernomen wordt, aangezien het reservaat nogal "eenzamig" is en als je problemen krijgt met je wagen, je dus noodgedwongen enkele dagen zou moeten wachten op hulp. Het Duits-Franse koppel had het echter alleen ondernomen, dus wij waagden ook - alleen - onze kans. Het bleek geen slechte beslissing. De zandwegen lagen er fantastisch bij en we zagen elke dag minstens één andere auto (de eerste twee dagen was het ook maar één auto op de hele dag :-)). In drie dagen maakten we een loop langsheen de verschillende "pans" die de Central Kalahari rijk is. Ons verblijf hier was super! Aangezien je weet dat je niet naar grote dieren (zoals olifanten) moet zoeken, omdat die simpelweg in dit woestijngebied niet kunnen overleven, heb je veel meer de tijd om je te concentreren op de kleinere dieren. We zagen ontzettend veel gemsbokken met hun prachtige kleurenpatroon en lange hoorns, springbokken, struisvogels, jakhalzen, "bat-eared" vossen en hopen families vrolijke, nieuwsgierige grondeekhoorns. Het landschap was prachtig, zeer ruw en onherbergzaam met nauwelijks water en de sterrenhemel 's nachts haast verblindend.
Overnachten deden we in de "bush". Eigenlijk zijn het kampplaatsen, gerund door de overheid, met een longdrop-WC en een emmer als douche. Al het water moet je zelf meebrengen. Er is in de verste verte niemand te bespeuren, want de volgende kampplaats is 200m verder of is onbestaande. Bij zonsondergang (al om 17u30) maakten we een vuurtje en kookten ons potje. Na het eerste gebrul van de leeuwen (rond 19u) zochten we een veilige schuilplaats op, onze daktent :-) Ik was wel bang, maar Jeroen verzekerde mij dat leeuwen niet op een ladder kunnen lopen en dat mensen niet de natuurlijke prooien zijn van deze dieren.... Ik heb de hele nacht met één oog open "geslapen", angstvallig luisterend naar het steeds dichter komende gegrom van de leeuwen en het huilen als een baby van de jakhalzen. Van hyena-gejank bleven we deze keer (gelukkig) gespaard :-)
Terug in Maun vulden we onze voorraden eten opnieuw aan, namen een lekkere warme douche, en mestten we onze auto uit, nadat we ontdekt hadden dat we een huisdier (autodier?) meehadden: een muis!? Alle voedsel werd opgeborgen in de koelkast of in plastieken dozen, er werd vakkundig een val gebouwd (eigen ontwerp), maar het zal vooral Jeroen geweest zijn die haar heeft afgeschrikt en uiteindelijk het hazenpad heeft doen kiezen, nadat hij haar in de auto achternagezeten had met een stok...
Op de kampplaats in Maun ontmoetten we een Duits-Frans koppel die met hun zoon drie jaar lang door Afrika trekken. Zij overhaalden ons om toch naar het Central Kalahari Game Reserve te gaan. Wij hadden het initieel van ons programma geschrapt omdat de reisgids erover sprak als "een plaats voor ervaren Afrikareizigers" (check, dat zijn we :-)), en als een trip die ook best niet met één voertuig ondernomen wordt, aangezien het reservaat nogal "eenzamig" is en als je problemen krijgt met je wagen, je dus noodgedwongen enkele dagen zou moeten wachten op hulp. Het Duits-Franse koppel had het echter alleen ondernomen, dus wij waagden ook - alleen - onze kans. Het bleek geen slechte beslissing. De zandwegen lagen er fantastisch bij en we zagen elke dag minstens één andere auto (de eerste twee dagen was het ook maar één auto op de hele dag :-)). In drie dagen maakten we een loop langsheen de verschillende "pans" die de Central Kalahari rijk is. Ons verblijf hier was super! Aangezien je weet dat je niet naar grote dieren (zoals olifanten) moet zoeken, omdat die simpelweg in dit woestijngebied niet kunnen overleven, heb je veel meer de tijd om je te concentreren op de kleinere dieren. We zagen ontzettend veel gemsbokken met hun prachtige kleurenpatroon en lange hoorns, springbokken, struisvogels, jakhalzen, "bat-eared" vossen en hopen families vrolijke, nieuwsgierige grondeekhoorns. Het landschap was prachtig, zeer ruw en onherbergzaam met nauwelijks water en de sterrenhemel 's nachts haast verblindend.
Overnachten deden we in de "bush". Eigenlijk zijn het kampplaatsen, gerund door de overheid, met een longdrop-WC en een emmer als douche. Al het water moet je zelf meebrengen. Er is in de verste verte niemand te bespeuren, want de volgende kampplaats is 200m verder of is onbestaande. Bij zonsondergang (al om 17u30) maakten we een vuurtje en kookten ons potje. Na het eerste gebrul van de leeuwen (rond 19u) zochten we een veilige schuilplaats op, onze daktent :-) Ik was wel bang, maar Jeroen verzekerde mij dat leeuwen niet op een ladder kunnen lopen en dat mensen niet de natuurlijke prooien zijn van deze dieren.... Ik heb de hele nacht met één oog open "geslapen", angstvallig luisterend naar het steeds dichter komende gegrom van de leeuwen en het huilen als een baby van de jakhalzen. Van hyena-gejank bleven we deze keer (gelukkig) gespaard :-)
Terug in Maun vulden we onze voorraden eten opnieuw aan, namen een lekkere warme douche, en mestten we onze auto uit, nadat we ontdekt hadden dat we een huisdier (autodier?) meehadden: een muis!? Alle voedsel werd opgeborgen in de koelkast of in plastieken dozen, er werd vakkundig een val gebouwd (eigen ontwerp), maar het zal vooral Jeroen geweest zijn die haar heeft afgeschrikt en uiteindelijk het hazenpad heeft doen kiezen, nadat hij haar in de auto achternagezeten had met een stok...
maandag 16 mei 2011
Het ene nationale park... is het andere niet
| Baines baobabs |
| Zonnebadende aasgieren |
| Zebra's op de Nxai Pan |
donderdag 12 mei 2011
Chobe nationaal park
| Eén van de laatste African wild dogs op aarde |
| Fotogenieke vrouwtjesimpala |
| Chobe rivier |
| Meerkat |
| Ntwetwe Pan |
| Chapmans baobab |
zondag 8 mei 2011
Zambia, het leven zoals het is
- Zambia was na Turkije, ons duurste dieselland tot op heden :-) Eén vierde van ons volledige budget gaat naar diesel, maar landen zoals deze doen er een schepje bovenop. Aangezien Zambia, een top toeristische bestemming is binnen Afrika, voelen we deze prijsstijging trouwens in alles. Maar dat houdt ons uiteraard niet tegen er volop van te genieten, we zijn hier tenslotte (voorlopig) maar voor één keer :-)
- Zambia bruist van de nationale parken die heel erg de moeite zijn. Het vormt één van de minst bevolkte landen van Afrika met een bevolking die vooral geconcentreerd is in de grotere steden. Dat maakt dat de rest van het land "wild" is, met een prachtige ongerepte natuur, groene rollende heuvels en dieren overal. Het enige nadeel voor ons op het moment dat wij Zambia bezochten was dat het té kort na het regenseizoen was en dat vele tracks in de parken nog gesloten waren wegens wateroverlast, of overgroeid door hoog gras ofwel getransformeerd waren in heuse modderpoelen. Geen situatie waarin je alleen, omsingeld door leeuwen en ander groot wild, wilt verzeild geraken. Na onze ervaring In South Luangwa wilden we het risico niet meer nemen met één wagen, maar alle andere overlanders zijn ondertussen al naar huis of in andere oorden :-( Maar zo hebben we een reden om terug te komen.
- Zambianen hebben vreemde eetgewoonten. In alle supermarkten en bakkerijen (waar ze trouwens nog steeds het "sponsbrood" verkopen), vind je vacuümverpakte porties frietjes met gebakken kip. Het ziet er allesbehalve smakelijk uit onder het plastiekje en sommige mensen doen zelfs niet de moeite het op te warmen...!? Men verkoopt ook allerhande "pies", chicken pie, beef pie of vegetable pie, en ook die bevatten, naast vlees of groenten, frietjes :-)
We hebben ontzettend genoten in Zambia, we hebben er wel jammer genoeg niet de tijd kunnen spenderen die we hadden gepland omdat het voor bepaalde parken, zoals Kafue en Lower Zambezi, nog te kort was na het regenseizoen. South Luangwa vormt één van de hoogtepunten van onze reis, samen met onze vlucht over de Victoria Falls.
In onze telefoontjes met het thuisfront herinneren de mama's ons er steeds aan dat de tijd begint te korten. En nu we ons vliegtuigticket naar huis hebben geboekt en contact hebben opgenomen met de maatschappij die zal instaan voor de verscheping van onze wagen, voelen we het ook. We hebben nog drie maanden tijd... voor ongelimiteerd genieten en proeven van de Afrikaanse cultuur en natuur! Een eeuwigheid :-)
| Invliegtoeristen, verwonderd bij het zien van een olifant |
- Zambianen hebben vreemde eetgewoonten. In alle supermarkten en bakkerijen (waar ze trouwens nog steeds het "sponsbrood" verkopen), vind je vacuümverpakte porties frietjes met gebakken kip. Het ziet er allesbehalve smakelijk uit onder het plastiekje en sommige mensen doen zelfs niet de moeite het op te warmen...!? Men verkoopt ook allerhande "pies", chicken pie, beef pie of vegetable pie, en ook die bevatten, naast vlees of groenten, frietjes :-)
We hebben ontzettend genoten in Zambia, we hebben er wel jammer genoeg niet de tijd kunnen spenderen die we hadden gepland omdat het voor bepaalde parken, zoals Kafue en Lower Zambezi, nog te kort was na het regenseizoen. South Luangwa vormt één van de hoogtepunten van onze reis, samen met onze vlucht over de Victoria Falls.
In onze telefoontjes met het thuisfront herinneren de mama's ons er steeds aan dat de tijd begint te korten. En nu we ons vliegtuigticket naar huis hebben geboekt en contact hebben opgenomen met de maatschappij die zal instaan voor de verscheping van onze wagen, voelen we het ook. We hebben nog drie maanden tijd... voor ongelimiteerd genieten en proeven van de Afrikaanse cultuur en natuur! Een eeuwigheid :-)
zaterdag 7 mei 2011
Vlucht over de Victoria Falls
Op onze doortocht van Lusaka naar Livingstone hielden we halt aan Lake Kariba. Dit is het grootste kunstmatige meer van Afrika, ontstaan door het bouwen van een dam op de Zambezi. Bij de ingang van de kampplaats boden we de eigenaar hulp en we kregen er prompt een gratis rit op "een boot" voor cadeau. Toen hij sprak over "een boot" dachten we aan één van de kleine gemotoriseerde vissersbootjes die overal langs de oevers van het meer lagen. Maar het werd iets helemaal anders: we kregen een zonsondergang trip op een echt cruise schip cadeau (die voor de gelegenheid ook vol zat met leden van de Malawiaanse, Zambiaanse en Zimbabwaanse rotary club :-)). We werden rondgeleid langs de verschillende suites waar je voor 600 dollar per nacht, verwend wordt :-), en er werd ons wel aangespoord iets van de bar te gebruiken, tegen betaling uiteraard :-) We maakten een praatje met één van de andere Zimbabwaanse gasten en hij overtuigde ons bijna om een rondrit te maken in zijn prachtige land (we vergeten even Mugabe). Ons gebrek aan cash dollars en nieuws van onze Duitse vrienden dat ze al vastzaten in het eerstvolgende dorp wegens geen diesel, deed ons anders beslissen. We bleven nog een dagje niksen aan Lake Kariba vooraleer we verderreden naar dé bezienswaardigheid van Zambia, de Victoria Falls.
De watervallen zijn 1.688m breed en gemiddeld 100m hoog; elke minuut stroomt er 550 miljoen liter water over de rand (750 miljoen tijdens piekmomenten), wat deze tot één van de grootste watervallen ter wereld maakt. Nu, net na het regenseizoen, staan de falls het meest gezwollen en dat hebben we geweten :-) want ook de "natural spray", veroorzaakt door het neervallen van de kolkende watermassa, is het grootst op dit moment. Rijdend naar Livingstone zagen we al vanop 10km afstand de spray hoog oprijzen in de lucht en vanop onze kampplaats, op 5km afstand, hoorden we het water razen. Bij een bezoek van zeer dichtbij, werden we tot op ons bot nat"gesprayd" :-) Een hilarisch moment! Een smalle brug leidt je tot precies voor de watervallen, maar op die plaats lijkt het wel alsof ze grote emmers water over je heen gooien. Je kan je ogen nauwelijks openen door de constante stroom aan water.
Natuurlijk zie je niet heel erg veel door de spray en daarom regelden we samen met een Frans koppel, een half uur durende vlucht in een Cessna over de Falls. Van bovenaf zie je nog veel beter hoe immens en indrukwekkend dit natuurverschijnsel is. We zagen verschillende regenbogen verschuiven door de lichtinval en het water. De uitzichten waren adembenemend mooi, maar ook de turbulentie in het piepkleine vliegtuigje (enkel zitplaats voor 5 personen) deed ons geregeld naar adem happen :-) De deskundige piloot bracht ons echter veilig terug aan de grond en wij konden diezelfde dag nog onze tocht verderzetten richting Botswana.
| Ons vliegtuigje voor één dag |
Natuurlijk zie je niet heel erg veel door de spray en daarom regelden we samen met een Frans koppel, een half uur durende vlucht in een Cessna over de Falls. Van bovenaf zie je nog veel beter hoe immens en indrukwekkend dit natuurverschijnsel is. We zagen verschillende regenbogen verschuiven door de lichtinval en het water. De uitzichten waren adembenemend mooi, maar ook de turbulentie in het piepkleine vliegtuigje (enkel zitplaats voor 5 personen) deed ons geregeld naar adem happen :-) De deskundige piloot bracht ons echter veilig terug aan de grond en wij konden diezelfde dag nog onze tocht verderzetten richting Botswana.
| Bovenaanzicht van de Falls in volle glorie |
| De spray op 5km afstand "as the crow flies" |
Abonneren op:
Posts (Atom)
